Octrooigemachtigden die zich niet aan de beroepsregels houden, kunnen worden voorgeleid voor de tuchtrechter. In eerste instantie is dit de Raad van Toezicht, die als wettelijke taak heeft te controleren of octrooigemachtigden hun beroep op correcte wijze uitoefenen.
Wanneer u een geschil heeft met een octrooigemachtigde dat u niet onderling kunt oplossen, kunt u bij de Raad van Toezicht een klacht indienen. Hiervoor gebruikt u het daarvoor bestemde klachtenformulier. De verdere procedurevoorschriften voor klachtbehandeling vindt u hier.
De Raad kan een octrooigemachtigde vier mogelijke sancties opleggen:
- een waarschuwing,
- een berisping,
- een schorsing van maximaal vijf jaar, of
- ontzetting uit het ambt.
Bij ontzetting verliest de octrooigemachtigde het recht om het beroep nog uit te oefenen. De Raad kan overigens geen schadevergoeding toekennen.
Wanneer u het niet eens bent met een uitspraak van de Raad van Toezicht, kunt u in beroep gaan bij het Gerechtshof Den Haag. Dit moet u binnen 30 dagen schriftelijk kenbaar maken. Het Gerechtshof is de tuchtrechter in hoogste instantie; zijn uitspraak is definitief.